De Vredenberg
De beul
Aan onze laatste halte stonden we stil bij een figuur die vaak in de schaduw blijft: de beul. Want wie voerde de vonnissen eigenlijk uit? Wie radbraakte Elias Breukeleers op de Raaiberg? Wie bracht een veroordeelde ter dood wanneer de schepenen hun oordeel hadden geveld?
Essen en Kalmthout hadden geen eigen scherprechter. Die moest van elders komen, meestal uit Antwerpen, soms uit Bergen op Zoom. Dat kostte geld.
In 1654 bijvoorbeeld werden vier zwervers opgepakt. Het advies van de rechtsgeleerden was duidelijk: geseling en verbanning voor twaalf jaar. Maar om daarvoor de Antwerpse beul te laten komen, zou de heerlijkheid zo’n dertig gulden kosten. Men vond daarom “een seecker armen persoon” bereid om de straf uit te voeren voor twaalf gulden.
Ook dat was Ancien Régime: pragmatisch, berekend, maar steeds binnen een formeel kader.
Beul zijn was een onrein beroep. Vaak combineerde men het met dat van hondenslager. De beul moest kunnen geselen, onthoofden, radbraken en marteltuigen bedienen. Hij trad op bevel van schout en schepenen, en pas na advies van rechtsgeleerden. Marteling gebeurde niet willekeurig: er moesten ernstige vermoedens van schuld zijn. Bovendien moest een onder foltering afgelegde bekentenis de dag nadien, onder de blote hemel en zonder dwang, worden herhaald om rechtsgeldig te zijn.
Hier, vlak bij de plaats waar ooit de Vredenberghoeve lag, brachten we alles samen in het verhaal van Jan Van Oevelen. Hij vermoordde zijn buurman Jan Joossen en doodde ook diens zoontje. Omdat hij een lokale man was, leek verzoening aanvankelijk nog denkbaar. Maar de gruwel van zijn daden liet uiteindelijk geen ruimte meer. De schout probeerde het proces nog uit handen te geven — ook hij keek naar de kosten die een derde van het proces met zich meebracht — maar na advies van twee onafhankelijke rechtsgeleerden werd Van Oevelen gefolterd en herhaalde hij zijn bekentenis in vrijheid, onder de open hemel.
Omdat de hoge rechtsmacht in Essen en Kalmthout tot 1795 bij de Abdij van Tongerlo lag, moest ook hier het doodvonnis voltrokken worden. Op de Boterbergen werd een schavot en rad opgericht. De beul uit Antwerpen voerde het vonnis uit. Bijgestaan door een pater beleed Jan zijn zonden en stierf hij, volgens de normen van zijn tijd, een goede dood — met een sprankel hoop op het vagevuur.
Met dit verhaal wilden we vooral één misverstand ontkrachten. Rechtspraak in het Ancien Régime was niet arbitrair of chaotisch. Ze was zichtbaar, religieus doordrongen, soms hard, maar ingebed in duidelijke procedures en in een diep geloof dat orde en evenwicht moesten worden hersteld. Wie goed kijkt, ziet geen wetteloosheid, maar een andere logica — een wereld waarin recht, gemeenschap en zielenheil onlosmakelijk met elkaar verbonden waren.



