Overslaan naar inhoud

De Kiekenhoeve


Wie sprak er recht? 

Tijdens onze wandeling begonnen we met een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: wie sprak hier eigenlijk recht? In de vroegmoderne tijd waren dat de schout en de schepenen. Geen verre rechtbank in een anonieme stad, maar mensen uit het dorp zelf. Rijke boeren, een notaris, een chirurgijn: dorpsgenoten die midden in de gemeenschap stonden. Rechtspraak gebeurde dichtbij, letterlijk tussen buren.

De schout was een ambtenaar, maar niet bezoldigd. Hij kreeg een derde van de opbrengst van de boetes, en droeg tegelijk een derde van de proceskosten. Want een gevangene moest eten, drinken en onderdak krijgen. Recht was dus niet alleen een morele, maar ook een praktische en financiële kwestie. Dat lokale karakter maakte rechtspraak menselijk, maar ook kwetsbaar. Je werd niet beoordeeld door onbekenden, maar door mensen die je kenden — en die je familie kenden.

De schepenen beschikten over de lage rechtsmacht. Zij behandelden dagelijkse conflicten: ruzies tussen buren, erfenissen, discussies over perceelsgrenzen. Voor zware misdrijven, de zogenaamde halsmisdaden, lag de hoge rechtsmacht in deze streek bij de Abdij van Tongerlo. Ook daar verliep alles via een formeel proces, met advies van rechtsgeleerden. Van willekeur was geen sprake.

Omdat de meeste mensen niet konden lezen of schrijven, moesten wetten hoorbaar gemaakt worden. Dat gebeurde tijdens de jaargedingen: verplichte dorpsvergaderingen die in de kerk werden aangekondigd. In een samenleving zonder scheiding tussen kerk en staat was dat hét communicatiemiddel. Wie niet kwam opdagen, kreeg een boete. Zo wist iedereen wat mocht en wat niet.

Toch lag de nadruk niet op zwaar straffen, maar op het bewaren van de orde. De schepenen waren tegelijk aanklager en rechter, maar bovenal bemiddelaars. Ze wisten dat harde straffen wrok konden zaaien, en dat wrok in een hechte gemeenschap generaties kon nazinderen. Daarom grepen ze vaak preventief in en probeerden ze conflicten te sussen voor ze uitgroeiden tot vetes.

De concrete verhalen die we hier vertelden — over een plotse dood op het veld, over een moord en een publieke boetedoening — tonen hoe rechtspraak in de 16de en 17de eeuw vooral draaide om verzoening en sociale rust. Wie dieper wil duiken in die cases, kan ze nalezen op onze blog:

-> Preventief ingrijpen: Lees het verhaal van de dood van Jan Maassen.

-> Verzoening boven vergelding: Lees het verhaal van de moord op Wouter Janssen Mous.