Begin jaren 1990 verzamelde wijlen Flor Backx getuigenissen van de laatste mensen die tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken waren bij de brievensmokkel over de Nederlands-Belgische grens, vaak in het netwerk van Henri Duerloo.
Anna Batens, toen al op leeftijd, getuide:
“Wij woonden toen op de hoek van de Oude Baan en de Heikantstraat. Mijn vader, Petrus Backx, werkte aan de gas te Antwerpen. Rik Duerloo (het Kieken) vroeg hem brieven mee te nemen en op een bepaald adres te overhandigen. Waar dat precies was hebben ze niet aan mijn neus gehangen. Vader had maar toelating om eens per week de doorgangspost op ’t Zilverhoekske te passeren. Daar werd men streng gecontroleerd. Hij wist er wel raad op. Hij bakte een reuze groot brood, hij moest toch proviand meenemen voor een hele week. In ’t midden van het deeg werden de brieven verstopt en dan het brood gebakken. Aan de buitenkant was dus niets te merken, toen was er nog een klein hoekje papier zichtbaar. De Duitsers merkten het gelukkig niet.
Cornelia Stuyts uit de Sint-Jansstraat op de Wildert had een broer aan het IJzerfront. Zij ging vaak naar gareelmaker Constant Beirens. Die woonde in de grensstraat aan de Nederlandse kant, vlakbij de grenspost. Als smoes had het meisje gewoonlijk wat bundeltjes blekhout bij (jonge schors van eikenhout), wat door leerlooiers werd gebruikt. Cornelia wist in de jaren ’90 nog te vertellen dat Molenaar Jacobs van de Voorste Wildert ook bij Beirens kwam. Hij nam daar brieven mee die waren toegekomen en naar de andere kant van de Dodendraad moesten gebracht worden. De Molenaar verborg de brieven in zijn holle wandelstok of in zijn fietsbuis.

De Grensstraat tijdens de Eerste Wereldoorlog, met een Nederlandse en een Duitse grenswachter. Bron: Essen in Beeld.
Benieuwd naar nog meer getuigenissen van Essense brievensmokkelaars? Lees het hele artikel van Flor Backx, ‘Flesbrieven uit Wereldoorlog 1914-1918’ in De Spycker van 1992.
Meer over de smokkel? Luister onze afleveringen De Strontpaal en Met gevaar op eigen leven